Nuance in the quasi-immunity of the executive agent by limited interpretation “assistant"

Nuance in the quasi-immunity of the executive agent by limited interpretation “assistant"

For more information you can contact the authors Gertjan Van Hoeyweghen and Siegfried Busscher.

Nuance in de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent door beperkte invulling “hulppersoon”

Een schuldeiser, bv. een bouwheer geconfronteerd met bouwgebreken, kan niet zomaar de hulpagent van zijn contractant rechtstreeks aanspreken, bv. de onderaannemer van zijn hoofdaannemer.

De geldende leer van de “quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent” houdt in dat een contractant (bv. bouwheer) ten aanzien van een hulppersoon (onderaannemer) – ofwel “uitvoeringsagent” – die door zijn medecontractant (hoofdaannemer) wordt aangesteld geen rechtstreekse contractuele vorderingsrechten kan laten gelden wegens het ontbreken van een contractuele band met deze hulppersoon. Hij dient zich ingeval van wanprestaties principieel te wenden tot zijn medecontractant, die verantwoordelijk is voor de eigen uitvoeringsagent. Dit geldt eveneens indien deze rechtstreekse contractant insolvabel is of failliet werd verklaard.

De contractant kan deze hulppersoon enkel (en uitzonderlijk) op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid rechtstreeks aanspreken wanneer de specifieke voorwaarden voor samenloop vervuld zijn, nl. (i) indien de ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de contractuele verbintenissen maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsplicht, en (ii) indien deze fout schade heeft veroorzaakt andere dan die te wijten is aan de slechte uitvoering (dus zuiver niet-contractuele schade).

In haar arrest van 12 maart 2020 preciseert het Hof van Cassatie de invulling die aan het begrip “hulppersoon” moet worden gegeven. In deze zaak had een chemieproducent visolie gekocht die de verkoper tijdelijk moest opslaan. Dit opgeslagen product was in de verhuurde opslagtank gecontamineerd geraakt. De verhuurder zou de tanks verkeerd hebben genummerd waarna een lading meststof in de tank voor visolie werd gelost. De chemieproducent, koper van het product, sprak de verhuurder van de tank aan. De verhuurder wierp op dat hij een uitvoeringsagent was, zonder rechtstreekse band met de koper.

Het Hof van Cassatie stelt duidelijk dat de bescherming van de aansprakelijkheid als uitvoeringsagent tegenover de medecontractant niet geldt voor derden die niet door de contractspartij met de uitvoering van diens hoofd- of bijkomende verbintenissen werden belast.

Een dergelijke “echte” hulppersoon die van de quasi-immuniteit als uitvoeringsagent geniet, vormt dus een natuurlijke persoon of rechtspersoon die door de schuldenaar van een contractuele verbintenis wordt belast met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van deze verbintenis.

Aldus oordeelt het Hof van Cassatie dat degene die (louter) hulpzaken ter beschikking stelt aan een contractspartij die hiervan gebruik maakt bij de uitvoering van haar verbintenissen, in de regel, niet wordt beschouwd als iemand die de verbintenissen van deze contractspartij uitvoert en bijgevolg niet geldt als diens hulppersoon.

Het gevolg hiervan is niet onbelangrijk. Een derde die niet kwalificeert als een hulppersoon geniet immers niet van de uitsluiting van aansprakelijk tegenover de medecontractant van de contractspartij waaraan hij zaken ter beschikking stelt. De bescherming van de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent is in dat geval niet van toepassing. Bijgevolg kan deze derde bij een fout rechtstreeks buitencontractueel worden aangesproken door de medecontractant volgens de gewone principes van buitencontractuele aansprakelijkheid, zonder bv. de vereiste van zuiver niet-contractuele schade.

Voor meer informatie kunt u de auteurs Gertjan Van Hoeyweghen en Siegfried Busscher contacteren.